
CEES SALENTIJN
In de oudheid schilderde Zeuxis een jongetje met een druiventros in de hand.
De druiven waren zo sappig geschilderd dat de spreeuwen er op af kwamen om
erin te pikken. De behoefte om zo levensecht te schilderen kent Cees
Salentijn ook. Toch laten zijn stillevens voldoende ruimte over voor de
verbeelding van de kunstenaar. Salentijn laat zien dat hij de marges en
mogelijkheden benut die hem in staat stellen een eigen invulling aan het
stilleven te geven.

Cees Salentijn
Hij reageert op de realiteit door accenten te leggen, dringt zo diep
mogelijk door in de wereld van de 'levenloze' dingen en benut optimaal de
werking van het clair-obscur.Zijn voorkeur gaat uit naar het schilderen van
oude of gehavende voorwerpen, dode dieren of aangetast fruit. Niet alleen de
staat waarin voorwerpen verkeren is voor hem belangrijk, ook hun vorm, hun
plek binnen de compositie, kleur en licht zijn essentieel.
De stillevens hebben zowel een relatie met 16e-eeuwse Spaanse stillevens als
van het werk van Morandi. Maar in tegenstelling tot laatst genoemde gaat het
Salentijn niet alleen om het sublimeren van de stilte, maar ook om het in
stand houden van de oeroude principes van het trompe l'oeil: het
natuurgetrouw
kopiër van de werkelijkheid. Een verschijnsel dat in de oudheid als summum
van kunst werd gezien. Salentijn koestert eenvoud en voelt zich zichtbaar
meer verwant met de Romaanse eenvoud dan met het zwaar aangezette
neoclassicisme. Hij houd van eerlijke schilderkunst en zorgt ervoor dat zijn
werk niet verward kan worden met fotorealisme en hyperrealisme. Zijn
benadering van de werkelijkheid is fundamenteel anders. Foto's hebben vooral
een hoge attentiewaarde, terwijl de schilderijen van Salentijn het moeten
hebben van aanwezigheidswaarde. Ze zijn onontkoombaar, maar nooit
opdringerig aanwezig.
Bron: Wim van der Beek.
Bron: Cees Salentijn
|