|

LOEK MEIJER
http://www.loekmeijer.nl
Loek Meijer (Amstelveen 1950) is als autodidact actief bezig met schilderen vanaf zijn vroege
jeugd, hoofdzakelijk in olieverf. Zijn vroegste werkje (nog in bezit) is
gedateerd 1963. Door regelmatige bezoeken aan musea, en vooral goed te kijken
naar de gepresenteerde schilderijen, leert Loek het vak van kunstschilder
zichzelf helemaal aan.

naam
Wat vooral boeide was het gebruik van verf en kleur door deze schilders. In de
eerste jaren in Ede(vanaf1996) werd er vaak in de omgeving een landschap, soms
met koeien, en dan weer een winterlandschap van de bossen en hei geschilderd.
Op aanwijzing van Johan Timmers, een collega schilder, begon een belangstelling
voor het stilleven te ontstaan. Qua compositie en stofuitdrukking kreeg Loek
een heel andere kijk op dit onderwerp. Achteraf jammer dat hij bepaalde
indrukken nooit eerder gezien heeft. De voorliefde gaat speciaal uit naar
spullen die al een leven achter de rug hebben. Vooral vanwege de vorm, die bij
zgn "moderne" spullen zo vaak ontbreekt. Op braderieën en kringloopwinkels
worden voornamelijk oudere voorwerpen aangeschaft. Soms is een oude baksteen
al een interessant voorwerp. Ook worden soms tekeningen gemaakt in musea van
oude voorwerpen, om later te verwerken in een schilderij.
Altijd werd het doek geprefereerd boven het paneel. Omdat hij een vlotte
penseelstreek had. werd de structuur van het doek soms bepalend voor effecten
in het werk. Op aanwijzing van een collega schilder is belangstelling voor
masoniet ontstaan. Het formaat is makkelijker te bepalen en het oppervlak is
zo glad dat het vraagt om meer detail weer te geven.
Dan komen we bij de stofuitdrukking die zeker bepalend is voor een schilderij.
Koper moet koper zijn en glas moet glas zijn. De lichtval is een overblijfsel
van de belangstelling voor de oude meesters, en dan vooral Rembrandt van Rijn,
Vermeer en andere meesters uit de "Gouden Eeuw". Lichtval is heel belangrijk
in een realistisch schilderij.
De onderwerpen ontstaan spontaan door spullen in een hoekje van het atelier op
te stellen. Vaak wordt er een apart soort fruit toegevoegd wat de compositie
rond maakt. Soms komen dezelfde voorwerpen terug in een nieuw werk.
Een stilleven moet rust geven en interessant om naar te kijken. Eijgenlijk
moet men blijven zoeken naar details. Soms is een verftoets al interessant om
te zien. Door veel kleuren, vooral aardkleuren, door elkaar te gebruiken
krijgt het werk een "warme" uitstraling, door dat dan later af te sluiten met
een glacering.
Bron: Loek Meijer
|